Doorsneepremie

Uit: OR en pensioen, blz. 120-122, opmaak van manuscript
 
3.3      Negatieve effecten van de doorsneepremie
In middelloonregelingen, en eindloonregelingen, wordt altijd gewerkt met een doorsneepremie voor de deelnemers: elke deelnemer betaalt eenzelfde percentage van zijn (pensioengevend) loon en/of pensioengrondslag. Dat ziet er goed uit, iedereen hetzelfde. Maar er zitten vervelende herverdelingseffecten achter, met negatieve effecten vooral voor jongere deelnemers. Het is een van de elementen die schuil achter de zogenoemde solidariteit in pensioenregelingen. We zullen de effecten laten zien aan de hand van een rekenvoorbeeld met vier deelnemers, elk met een andere leeftijd en salaris. Daarbij rekenen we de pensioenpremies uit, en wat elk van de deelnemers betaalt. Daarbij bekijken we twee vormen van premieberekening voor de deelnemer, veronderstellend dat de vier deelnemers bij elkaar zelf 33,3% van de totale pensioenpremies betalen. Van het totaal van de pensioenpremies komt de rest, 66,7%, voor rekening van de werkgever. (1) De doorsneepremie, elke deelnemer betaalt eenzelfde percentage van zijn pensioengrondslag. (2) Een individuele premie waarbij elke deelnemer 33,3% betaalt van de bij hem behorende pensioenpremie.
 
We passen in dit rekenvoorbeeld zoveel mogelijk dezelfde veronderstellingen toe als in eerdere rekenvoorbeelden. De inkoopfactoren zijn ontleend aan het pensioenreglement 2012 voor de dierenartsen. We rekenen de premies voor één jaar uit. De resultaten staan in tabel 3.4.
 
Tabel 3.4 Effecten van de doorsneepremie
  Deelnemer 1 2 3 4 Totaal
             
1 Leeftijd 25 35 45 55  
2 Pensioengevend jaarsalaris (PGS) 27.000 35.000 40.000 45.000 147.000
3 Franchise 15.000 15.000 15.000 15.000  
4 Pensioengrondslag (PG) 12.000 20.000 25.000 30.000 87.000
5 Opbouwpercentage OP 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%  
6 Opgebouwd ouderdomspensioen (OP) 240 400 500 600  
7 Inkoopfactor OP+70%NP, OP met 65 jaar 7,772 10,431 13,915 18,420  
8 Pensioenpremie 1.865 4.172 6.958 11.052 24.047
9 Pensioenpremie als % van som PG         27,6
10 Deelnemersbijdrage à 33,3% van 9         9,2
11 Deelnemersbijdrage op basis van 10 1.106 1.843 2.303 2.764 8.015
12 Deelnemersbijdrage op basis van 33,3% van de voor hem berekende premie 622 1.391 2.319 3.684  
13 Solidariteit deelnemers onderling -484 -452 16 920 0
14 Werkgeversbijdrage 760 2.330 4.654 8.288 16.032
15 Werkgeversbijdrage als % van PGS 2,8 6,7 11,6 18,4 10,9
16 Werkgeversbijdrage in totale pensioenpremie, % van som PG         18,4
17 Totale pensioenpremie als % van som PGS         16,4
 
De doorsneepremie voor de deelnemers bedraagt 33,3% van de totale pensioenpremie. Dat komt overeen met 9,2% van de pensioengrondslag, zoals te zien is in het laatste vakje van regel 10.
Wat elke deelnemer op basis van de doorsneepremie moet betalen in euro’s, staat op regel 11.
Zou elke deelnemer 33,3% van de voor hem berekende premie betalen, dan worden de deelnemersbijdrage anders, zoals te zien is op regel 12 in vergelijking met regel 11. Sommige deelnemers gaan meer betalen, andere minder. Regel 13 laat zien dat deelnemer 1 en 2 bij feitelijke toepassing van de doorsneepremie deelnemer 3 en 4 subsidiëren. Zo betaalt deelnemer 1 op basis van de doorsneepremie € 1.106. Bij toepassing van 33,3% van de eigen premie zou hij moeten betalen € 622. Met het verschil, € 484, subsidieert hij deelnemer 3 en 4. Deelnemer 2 subsidieert ook.
 
Regel 13 van tabel 3.4 laat ook zien waar het omslagpunt van de ‘solidariteit’ ligt: ongeveer bij 45 jaar. Jongere deelnemers dragen teveel bij, oudere deelnemers te weinig in de totale pensioenpremie. Blijft de nu jongere deelnemer deelnemen aan de pensioenregeling, dan wordt hij vanzelf oudere deelnemer en gaan de plussen de minnen uit eerdere tijden compenseren. Dat compenseren blijft op hoofdlijnen intact als de betrokkene gedurende zijn gehele loopbaan, bij welke werkgever dan ook, in loondienst blijft en blijft deelnemen aan een middelloonregeling. Raakt de betrokkene rond zijn 45-ste jaar werkloos of begint hij voor zichzelf, dan heeft hij geen profijt meer van de plussen voor oudere deelnemers. Voor jongeren geldt het andersom. Eerst werkloos of eigen baas en daarna in loondienst, dan heeft hij wel de voordelen van de doorsneepremie. Allemaal prachtig geredeneerd, maar aan wie is bekend wat de pensioentoekomst een werknemer feitelijk precies gaat brengen?

 



OR en pensioen, december 2013, uitgegeven door: Vakmedianet, Alphen aan den Rijn
ISBN 978-946215100-0; prijs: € 34,95
Bestellen: http://www.vakmedianetshop.nl/or/details.asp?pr=14801