Toelichting bij "OR en pensioen"

2.500 ondernemingsraden
Pagina 9 van 'OR en pensioen'

Voor het maken van een schatting van het aantal ondernemingsraden met instemmingsrecht met betrekking tot een pensioenregeling is uitgegaan van twee door de DNB voor het jaar 2011 verstrekte cijfers (2012 was in januari 2013 nog niet beschikbaar):
  • 3.842 rechtstreekse regelingen met meer dan 50 deelnemers;
  • 1.771 rechtstreekse regelingen met meer dan 100 deelnemers.
Daarnaast is uitgegaan van de bepaling in artikel 2 van de WOR dat een werkgever met in de regel tenminste 50 werknemers een or moet instellen.
Omdat met ‘deelnemers’ werknemers (en mogelijk ook gewezen werknemers die via hun oude werkgever nog pensioenaanspraken verwerven) worden bedoeld, kan zo op het oog de conclusie worden getrokken dat het aantal ondernemingsraden met wor-instemmingsrecht ruim meer is dan 1.771 en mogelijk wel 3.842. Inzicht in de praktijk leidt tot een ander cijfer. Want er zijn factoren die het aantal or’s met instemmingsrecht verhogen of verlagen. Om de belangrijkste te noemen:
  • de verstrekte cijfers betreffen meer dan 50/100 en niet tenminste 50/100 (+);
  • er zijn ondernemingen met minder dan 50 werknemers die toch of nog een or hebben, en er zijn ondernemingen met een personeelsvertegenwoordiging met instemmingsrecht (+);
  • er zijn ondernemingen met een eigen ondernemingspensioenfonds waarbij de or instemmingsrecht heeft als het gaat om de inhoud van de pensioenregeling (+);
  • het aantal gewezen werknemers dat mogelijk als deelnemer in de cijfers van de DNB wordt meegeteld omdat zij bij hun oude werkgever nog pensioen opbouwen (-);
  • rechtstreekse regelingen die inhoudelijk in een cao worden vastgelegd (-);
  • ondernemingen die een or moeten hebben maar er geen hebben uit gebrek aan belangstelling of onwil bij werkgever en/of werknemers (-). Onderzoek van het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid (2011) laat zien dat het zogenoemde nalevingspercentage van de WOR-verplichting tot instelling van een or gemiddeld 71% is maar in sommige branches flink lager of hoger ligt. Relevant zijn dan de branches zonder bedrijfstakpensioenfonds;
  • ondernemingen met één or maar twee of meer pensioenregelingen met elk een eigen pensioenreglement(-). Bijvoorbeeld: regelingen voor werknemers geboren voor 1950 en na 1949, en regelingen voor ‘oud’ en voor ‘nieuw’ personeel. Een rondje langs enkele pensioenadviseurs levert schattingen op van tenminste 30% van het totale aantal ondernemingsraden dat het instemmingsrecht kan toepassen op twee of meer pensioenregelingen. Echter, ‘oude’ regelingen zijn vaak gesloten regelingen, zonder toetreding van nieuwe deelnemers. Daardoor hebben ‘oude’ regelingen met het verstrijken van de jaren steeds minder deelnemers, niet zelden (veel) minder dan 50 (-).
 
Voor de schatting is gebruik gemaakt van cijfers van de Werkgeverslijn van de AWVN en van Keimpe Schilstra, Sorgad, Woerden. Om zicht te krijgen op het aantal rechtstreekse regelingen waarvan de inhoud in een CAO is geregeld en waarbij de or buiten spel staat. Voor de volledigheid de verkregen cijfers. Van de AWVN: in 2012 zijn 370 CAO’s afgesloten. De AWVN was bij 262 ervan betrokken; in 171 ervan zijn afspraken gemaakt over pensioenen. Uitsplitsing van deze 171: 17 bedrijfstak, 154 onderneming. Van Keimpe Schilstra: er zijn circa 1.100 CAO’s. Daarvan gaan er circa 700 over arbeidsvoorwaarden. De rest onder andere over scholingsfondsen voor bedrijfstakken en VUT-regelingen. Van deze 700 gaat het om circa 500 ondernemings-CAO’s en circa 200 bedrijfstak-CAO’s.
 
Gebrek aan voldoende, en goed uitgesplitste gegevens maakt een eenduidig cijfer niet mogelijk. Een schatting naar beste kunnen van het aantal ondernemingsraden met instemmingsrecht komt afgerond uit op: 2.500.

"De Shell-kwestie"
Pagina 19 van 'OR en pensioen'

Zie voor de Shell-kwestie onder andere: Het Financieele Dagblad van 7 en 8 juni 2013. Dat omzetting van eindloon naar beschikbare premie in Nederland binnen Shell niet alleen staat, laat een bericht zien in de Financial Times van 5 januari 2012. Een vergelijkbare omzetting zit in de planning bij Shell UK. “Shell is to close the FTSE 100’s last remaining final salary pension scheme to new hires in Britain, ending an era in which private sector workers could be confident of a guaranteed income throughout their retirements.” Op dat bericht ben ik geattendeerd door Pieter Marres.

Medezeggenschap bij een nieuw opf
Pagina 20 van 'OR en pensioen

Op de mogelijkheid voor een werkgever de zeggenschapsstructuur van een door hem op te richten ondernemingspensioenfonds naar eigen inzichten, binnen het kader van de wet, in te richten is al eerder gewezen. Zie: T. Jansen, Pariteit en zeggenschap bij de stichting ondernemingspensioenfonds, Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken, oktober 1997.

Reikwijdte van het WOR-instemmingsrecht
Pagina 20-21 van 'OR en pensioen'

Over de reikwijdte van het WOR-instemmingsrecht op pensioengebied is in mei 2013 nog een hele woordenwisseling geweest. Met aan de ene kant staatssecretaris Klijnsma en de pensioenjuristen/pensioenadvocaten E. Lutjens en H. van Meerten: het instemmingsrecht beperkt zicht tot de pensioenovereenkomst. En aan de andere kant de in ‘or en pensioen’ gespecialiseerde pensioenjurist/pensioenadvocaat Heemskerk: het instemmingsrecht betreft de pensioenovereenkomst én de uitvoeringsovereenkomst. Zie: de antwoorden van staatssecretaris Klijnsma, gedateerd 2 mei 2013, op vragen van het lid van de Tweede Kamer Omtzigt, en stukken in Het Financieele Dagblad van M. Minnaard (10 mei), M. Heemskerk (16 mei) en E. Lutjens en H. van Meerten (22 mei). Zie voor het standpunt van Heemskerk ook zijn: Ondernemingsraad en Pensioen, uitgegeven door het VU Expertisecentrum Pensioenrecht, Amsterdam 2010, blz. 90-91. Dat ook Lutjens een wat ruimer opvatting is toegedaan geweest, laat zich concluderen uit een van zijn bijdragen aan: Pensioenwet, Analyse en commentaar, onder redactie van E. Lutjens, Kluwer, Deventer 2007, blz. 309; en uit E. Lutjens, Instemmingsrecht ondernemingsraad, Pensioen & Praktijk, 2008, nr. 5, blz. 4-6.
Heemskerks publicatie, Ondernemingsraad en pensioen, is gedegen en uitvoerig. Het boek biedt in de vorm van juridische analyses en visies goed materiaal om daaraan in de pensioenpraktijk opgedane ervaringen en inzichten te toetsen. Ik heb er bij diverse gelegenheden dankbaar gebruik van gemaakt, en goed kunnen toetsen.

De STAR-principes
Pagina 34-38 van 'OR en pensioen'

De oorspronkelijke tekst uit 2005 van de Principes voor goed pensioenfondsbestuur, van de Stichting van de Arbeid, is te vinden opde website stvda.nl. Daar is ook een soort evaluatierapport te vinden: Inventarisatie Principes voor goed pensioenfondsbestuur, gedateerd 19 maart 2009. Over de hardheid van de STAR-principes, zie: B. Visée, Het bestuurs- en toetsingsmodel van pensioenfondsen, in: Ontwikkelingen rond pensioenen en pension fund governance, onder redactie van A. F. Verdam, Kluwer, Deventer augustus 2012, blz. 66-68.

Inkoopfactoren
Pagina 117-118 van 'OR en pensioen'

De inkoopfactoren voor een ouderdomspensioen ingaand met 65 jaar, zijn ontleend aan het Pensioenreglement, gedateerd 1 januari 2012, van de Stichting Pensioenfonds voor Dierenartsen. Het zijn unisex factoren, vrij zeldzaam in Nederland als het om de inkoop van pensioenen gaat. Kijk op: https://www.pensioenfondsdierenartsen.nl voor het actuele pensioenreglement.
Voor de inkoopfactoren voor een ouderdomspensioen ingaand met 67 jaar zijn de inkoopfactoren voor een ouderdomspensioen ingaand met 65 jaar verlaagd met behulp van de relevante staffelpercentages, zoals deze zijn opgenomen in het zogenoemde staffelbesluit van februari 2013. Zie daarvoor: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/Besluit%20BPS%2012-02-2013.pdf.
De maximale opbouwpercentages vanwege het verschuiven van de pensioenleeftijd naar 67 jaar, zijn te vinden via: http://www.belastingdienstpensioensite.nl/VA_12-004.htm.