Stukken uit mijn archief, voorzien van toelichting of update. Stukken: brieven, memo's, nota's, rapporten. Mijn archief is niet goed geordend, en voor een flink deel op papier. Opname van stukken, eerst in deze kolom, en later onder de archiefknop. Opname: niet altijd tijdsevenredig en van aandachtsgebied of onderwerp wisselend.
Datum Inhoud
17-08-2016 Ervaringen van een pensioenadviseur
 
Het doorlopen van pensioenwijzigingstrajecten met ondernemingsraden levert in de loop van de jaren heel wat ervaringen op. Voor een zevental, met bijbehorende wat-te-doen adviezen, klik hier. De meeste ervan zijn, tot de kern teruggebracht, ook op te doen in soortgelijke trajecten met werkgevers, en met pensioenfondsen.
 
04-07-2016 Van de 26 voor OR Informatie geschreven bijdragen, waarvan 24 over pensioen, blijven er na doorbladeren 2 over.

Banksparen. In het voorjaar van 2016 is het even in de actualiteit via een door de Tweede Kamer aangenomen motie: kan banksparen een bijdrage leveren aan een beter pensioenresultaat?  De Wet verbeterde premieregeling is inmiddels aangenomen maar van banksparen is daarbij niets meer vernomen. Voor een bijdrage uit 2008, Met banksparen op weg naar een volwaardig pseudopensioen, klik hier. Nog steeds een praktisch alternatief voor pensioen, zeker voor kleine organisaties die niet bij een pensioenfonds zijn aangesloten.
 
De vereniging or. De or richt een vereniging op om op het gebied van de primaire arbeidsvoorwaarden als cao-partij te kunnen optreden. Uit 2002 maar nog immer actueel. Klik daarom hier.
 
En die ander 24? Ach, wie heeft het nog over de PSW of levensloop? En, wie wil zich verdiepen in het geworstel van een or met pensioen?
 
 
24-03-2016 De houdbaarheid van één pensioenfondsbestuurder

De houdbaarheid van een leider? “Zeven jaar.” Deze uitspraak trof mij in november 2013 zeer toen ik deze las. Ik was op dat moment ruim zes jaar (vice)voorzitter van het bestuur van een ondernemingspensioenfonds. Die zeven jaar gold gevoelsmatig ook voor mij. Anderhalf jaar later heb ik het bestuur verlaten. Een jaar daarvan ben ik aangebleven op verzoek van mijn sponsor (= de vakorganisatie namens welke ik bestuurder was): “het cao-overleg verloopt moeizaam, dus willen we rust op pensioengebied”. Het laatste half jaar is me echt zwaar gevallen. Onderwerpen en processen hadden hun glans van ‘nieuw’ en ‘interessant’ helemaal verloren. En maar wachten tot een collega bestuurder mij mocht opvolgen als bestuursvoorzitter.
 
Die “Zeven jaar” staat in een interview met Manfred Kets de Vries. Voor de volledige tekst van dat interview, klik hier. En voor een korte presentatie over de ruimere toepasselijkheid van die zeven jaar, klik hier.
 
 
15-02-2016 Wie komt achter het geheim van de actuaris?
 
1.  Op verzoek van de ondernemingsraad komt namens de werkgever de hrm-interimmanager met een overzicht van de totale pensioenkosten, als percentage van de loonsom.
2000      16 %
2001      21 %
2002      24 %
De adviserend actuaris komt met 16,4 % als prognose voor 2003. Deze kan tijdens een van de bijeenkomsten van de pensioen-studiegroep niet goed met een verklaring voor het grote verschil met de kosten voor 2002 komen. De kosten voor de risicoverzekering voor het nabestaandenpensioen niet meegenomen? Een relatief grote bestandontwikkeling of salarisaanpassing? De geslepen hrm-interimmer maakt meteen gebruik van de ontstane verwarring: 17 % is voor hem een goed uitgangspunt als maximum voor de toekomstige pensioenkosten. Weg het momentum om via de actuaris eerst goed inzicht te krijgen in die verschillen voordat een vervolgstap in de pensioenstudie wordt gezet. Heb ik het momentum op een of andere manier laten lopen, duidelijk geïrriteerd door het tergend langzame hardop denken van de interimmer? Ik kon me overigens ook vinden in die 17 % als uitgangspunt voor de verdere studie, bijvoorbeeld om in ruil voor een premieplafond van de deelnemersbijdrage af te komen.
 
2   Groot wantrouwen, van leden van de ondernemingsraad, over de “toverdoos” van de adviserend actuaris leidt tot een bezoek aan het actuariële bureau: laptop op tafel, en kijken maar. Voor een uitgebreide beschrijving van deze praktijksituatie, klik hier.
 
3   Een onafhankelijke beoordeling van een memo over de toekomstige pensioenkosten voor de werkgever, onder diverse scenario’s waaronder aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds. Dat vraagt het bestuur van een ondernemingspensioenfonds van mij. Hoewel niet actuarieel geschoold kan ik actuariële berekeningen goed volgen, en kan ik die beoordeling geven, meld ik het bestuur. Het gaat om een vijftal punten, van de aannames tot de conclusie. Wat het punt “checken of berekeningen correct zijn uitgevoerd” betreft, kom ik tot de volgende beoordeling.
“Tijdens een bijeenkomst ten kantore [van beide adviseurs] kon ik via laptop en beamer inzicht verkrijgen in delen van het rekenmodel, in de wijze waarop betrokken adviseurs aanpassingen aanbrachten, en over een en ander van gedachten wisselden. Ik heb vanwege de inhoudelijke loop van de bijeenkomst geen inzicht kunnen verkrijgen in de achterliggende berekeningen. Gezien de rappe en zelfkritische wijze van omgang met het rekenmodel heb ik geen aanleiding te veronderstellen dat de berekeningen niet correct zouden zijn uitgevoerd.”
 
Verstandig van het bestuur, een second opinion van een buitenstaander, zeker als een van de vragen gaat over het aansluiten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Maar wilde het pensioenfondsbestuur eigenlijk een second opinion omdat van de twee adviseurs de ene vrouw een paar jonger dan dertig was en de andere een paar jaar ouder?
 
4   Het bestuur van een pensioenfonds wil een overeenkomst sluiten tot dienstverlening met een actuarieel adviesbureau, en krijgt Algemene Voorwaarden (AV) voorgelegd die louter gericht zijn op het beschermen van de eigen belangen van dat bureau. Voor een deel van die AV, klik hier.
Het bestuur weet op een aantal punten afwijkingen van die AV te bedingen, waaronder de volgende.
“De opdrachtgever kan bij de opdrachtnemer inzicht krijgen in de door de opdrachtnemer gehanteerde methoden en technieken voor de werkzaamheden. Deze inzage krijgt vorm door het laten zien en uitleggen van de werkwijze (en derhalve de gehanteerde methoden en technieken) via een laptop of beamer. In verband met intellectueel eigendom en bedrijfseigendom vindt er nimmer een levering van rekenmodellen of andere modellen plaats.” Desgewenst is dus in dit geval achter het geheim van de actuaris te komen. Maar waarom het recht op inzage in de gehanteerde methoden en technieken niet gewoon in de AV opgenomen?
 
 
06-01-2016 Dat is wel erg hands-on!
Een pensioenfonsbestuur krijgt veel documenten te beoordelen, met allerlei details. Hoe ver moet het gaan bij het zelf checken van die details? Klik hier voor een praktijkervaring.
 
23-12-2015 Een ander gat in de medezeggenschap is gebleven
 
De pensioen kwestie van Shell van 2013 en de bestuursstructuur van een nieuw pensioenfonds
 
 
1   Voor nieuwe medewerkers van Shell Nederland, in dienst getreden op of na 1 juli 2013, geldt een beschikbare premie regeling. Het zittende personeel behoudt zijn eindloonregeling. De uitvoering van de nieuwe pensioenregeling heeft Shell Nederland ondergebracht bij een nieuw pensioenfonds: Shell Nederland Pensioenfonds Stichting. De werkgever heeft de nieuwe pensioenregeling, na overleg met de centrale ondernemingsraad (COR), doorgevoerd. De werkgever hoefde doorvoering naar zijn mening niet in overleg met de COR te doen. Instemmingsrecht bij wijziging van een pensioenregeling op grond van artikel 27 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) komt de (C)OR immers alleen toe in geval de pensioenregeling rechtstreeks door een verzekeringsmaatschappij wordt uitgevoerd (en niet inhoudelijk reeds in een cao is geregeld).
De zaak liep hoog op, de verhoudingen raakten vertroebeld, en de Shell kwestie was geboren. Het leidde er toe dat het lid van de Tweede Kamer, Pieter Omtzigt, in mei 2013 een amendement op art 27 WOR opstelde en kreeg aangenomen. De WOR werd verruimd: instemmingsrecht ook in geval een pensioenregeling uitgevoerd gaat worden door een pensioenfonds. Daarmee is een gat in de medezeggenschap op pensioengebied gedicht. Voor een FD artikel met een ruime schets van de kwestie, klik hier.
 
2   Voor de COR van Shell Nederland kwam de verruiming van de WOR te laat. De COR was echter van mening dat hem toch instemmingsrecht toekwam, en heeft de zaak in oktober 2013 voor de rechter gebracht. De  COR kreeg van de rechter geen gelijk: de COR was gewoon te laat geweest met zijn beroep op nietigheid. Voor de uitspraak van de Haagse kantonrechter, klik hier. Overigens een erg duidelijke illustratie bij toepassing en uitleg van de termijn van een maand waarbinnen op grond van art 27 WOR een beroep op nietigheid kan worden ingesteld.
 
3   Het nieuws rond de kwestie indertijd volgend kwam bij mij de vraag op: had het nieuwe pensioenfonds de nieuwe pensioenregeling wel in uitvoering kunnen nemen? Naar mijn mening niet. Een opiniestuk daarover werd door de redactie van het FD als te specifiek geoordeeld. Een daarna benaderde tussenpersoon zou het stuk bij de COR van Shell Nederland terecht laten komen. Of dat gelukt is, en of het eventueel nuttig geweest is bij de gedachtevorming over ander stappen, is in de geschiedenis verdwenen. Voor dat opiniestuk, klik hier.
 
4   Om dat stuk te kunnen schrijven heb ik ook de statuten van Shells nieuwe pensioenfonds bestudeerd. De verdeling van de bestuurszetels tussen werkgever en werknemers, inclusief de pensioengerechtigden, is in lijn met de wet paritair. Maar de statutaire verhoudingen zijn toch scheef. Zo is de voorzitter van het bestuur altijd een bestuurslid namens de werkgever. Voor die statuten, klik hier.
Zo’n scheve verdeling ten gunste van de werkgever komt bij ondernemingspensioenfondsen nog steeds heel veel voor: een ander gat in de medezeggenschap op pensioengebied, mogelijk gemaakt door de wetgeving op dit punt. Bij bedrijfstakpensioenfondsen en beroepspensioenfondsen doet een vergelijkbaar gat zich vanzelf niet voor.
 
In de praktijk gaat het zo. Een werkgever die gebruik wil maken van het gat in de medezeggenschap, richt een ondernemingspensioenfonds op en richt in de statuten van het fonds de zeggenschapsstructuur -binnen de grenzen van de wet- in naar eigen smaak. Als het fonds eenmaal is opgericht, vraagt hij betrokkenen toe te treden tot die structuur. Als betrokkenen de structuur daarna willen veranderen, zijn ze gehouden dat te doen binnen het kader van de statutaire verhoudingen zoals dat door de werkgever (met zijn adviseurs) oorspronkelijk zijn bedacht. En, dus, kon in heel veel gevallen een vertegenwoordiger van de werknemers geen voorzitter worden van het bestuur. De wet maakt dat gat nog steeds mogelijk, alleen worden er niet veel nieuwe ondernemingspensioenfondsen meer opgericht. En er wordt nu vaak heel anders gedacht over hiërarchie binnen ondernemingen maar zeker over governance binnen pensioenfondsen dan, zeg, twintig jaar geleden.
 
5   Dat gat in de medezeggenschap had ik bijna 20 jaar geleden al beschreven in een artikel voor het Tijdschrift voor Pensioenvraagstukken (TVP), oktober 1997. Met dus in 2013 een praktijkvoorbeeld. Wat er tussentijds, in een periode van circa 15 jaar, aan ondernemingspensioenfondsen -met bijbehorende statuten- is opgericht heb ik overigens niet uitgezocht. Voor dat artikel, klik hier.
 
De statutaire verhoudingen tussen werkgevers en werknemers in het bestuur van pensioenfondsen, met de scheefheid ervan, hadden al veel eerder mijn aandacht getrokken. In 1986 hebben we daarover een rapport uitgebracht: Statutair Niet Bepaald, een onderzoek onder 45 pensioenfondsen. Over de inhoud van dat rapport, en de doorwerking ervan, mogelijk bij een andere gelegenheid meer.
 
6  Aan plaatsing van dat TVP artikel ging, zo heb ik later van de kant van de uitgever begrepen, in de redactievergadering flink wat discussie vooraf. Men was van mening dat de teneur van het artikel eenzijdig was: bij inrichting van een nieuw ondernemingspensioenfonds maakt een werkgever altijd gebruik van het gat in de medezeggenschap. Maar het werd toch geplaatst omdat het volgens redactiesecretaris Lutjens goed was voor de meningsvorming.
 
Die eenzijdigheid kreeg ik ook tegengeworpen door een lid van de redactie dat werkzaam was in het VNO gebouw in Den Haag. Ik zie me nog zijn bezwaren aanhoren op zijn werkkamer, en dat het naar zijn mening zo niet geplaatst kon worden. Wat wij beiden toen niet wisten, was dat het al geplaatst was. ’s Ochtends had ik het betreffende oktobernummer al wel uit m’n postbus opgehaald, en in de trein naar Den Haag uit de verpakking gehaald en het voorblad bekeken. Daar stonden de titels van drie ander artikelen op. Dus stond mijn stuk er niet in, concludeerde ik. Pas tijdens de terugreis na het ongemakkelijke gesprek sloeg ik het voorblad om.
 
7   Dat het onder 6 vermelde “altijd” uitzonderingen kent, heb ik zelf ervaren als bestuurder van een na 1997 en voor de Shell kwestie van 2013 opgericht ondernemingspensioenfonds. Voorzitter en secretaris komen bij dit pensioenfonds afwisselend uit bestuursleden van werkgevers- en van werknemerszijde. Maar er zijn meer uitzonderingen zoals bij het pensioenfonds van SNS Reaal. Daar hebben de vertegenwoordigers van werknemers en pensioentrekkenden een flinke meerderheid in het bestuur, en heeft het bestuur een onafhankelijke voorzitter.
 
 
08-12-2015 Vanaf juli 2014 hanteert DNB minimum normen voor de te besteden tijd door een pensioenfondsbestuurder. Mooi, die normen, maar hoe groot is het tijdsbeslag eigenlijk? Mijn eigen praktijk als voorbeeld. Klik hier voor de analyse.